Zoeken in deze blog

woensdag 11 juni 1997

Kwallen

Kwallen


Kwallen zijn holtedieren die het belangrijkste deel van hun leven doorbrengen als vrijzwevend lichaam. Kwallen bewegen zich voort door hun paraplu-achtige scherm samen te trekken. Omdat ze niet tegen de zeestroming in kunnen zwemmen worden ze tot het dierlijk plankton gerekend. Ze bestaan voor 98 procent uit water. De Vleet behandelt de oorkwal, de blauwe haarkwal, de rode haarkwal, de kompaskwal en de zeepaddenstoel. De ribkwallen zijn geen echte kwallen, maar vormen een aparte diergroep.

Kwallen kunnen een deel van hun leven tweeslachtig zijn. Mannelijke en vrouwelijke exemplaren stoten gelijktijdig hun voortplantingscellen uit. Uit de bevruchte eicel groeit geen kwal, maar een larve die zich op een vaste ondergrond vasthecht en uitgroeit tot een poliep-achtig dier. In het voorjaar of de zomer snoeren deze poliepen kleine kwalletjes af, die snel uitgroeien.

Alle kwallen hebben netelcellen, maar slechts enkele soorten hebben netelcellen, die door de menselijke huid heen kunnen dringen. Kwallengif bevat eiwitten. De werking van het gif kan daarom verminderd worden door hete natte zwachtels en/of zwachtels met azijn op de kwallensteek te drukken. Nooit met zout water afspoelen, want dat activeert nog meer netelcellen!

In eerste warme augustusweken van 1997 waren er, ondanks de aanhoudende oostenwind, opvallend weinig kwallen in het Nederlandse kustwater. Volgens NIOZ-bioloog Mark Fonds is dit een gevolg van de extreem warme zomer van 1995. De 'normale' Noordzeekwallen kunnen slecht tegen de hoge watertemperaturen die toen voorkwamen. Daardoor was er weinig kwallenbroed dat voor de nakomelingen in 1997 had moeten zorgen.

Wel werden er in 1997 schijnbaar opvallend veel ribkwalletjes en poliepkwalletjes als Bougainvillia en Sarsia aangetroffen. Dit verschijnsel is volkomen normaal, maar viel extra op doordat veel mensen door de hittegolf naar het strand trokken.

Zoetwaterkwallen

Naast de bovengenoemde zoutwaterkwallen komen in Nederland ook zoetwaterkwalletjes voor. Ze worden zelden opgemerkt, zijn een paar centimeter groot en veroorzaken geen jeuk. In de jaren '60 van de vorige eeuw is gebleken dat poliepen van de kwal zich bevonden in het Nederlandse waterleidingnet. Het zoetwaterkwalletje heeft zich waarschijnlijk ook via de waterleiding verspreid. Zoetwaterkwalletjes zijn oorspronkelijk afkomstig uit Oost-Azië, maar tegenwoordig over de hele wereld te vinden.

Namen:
Ned: Kwallen
Lat: Scyphozoa
Eng: Jellyfish
Dui: Quallen
Dan: Vandmænd

woensdag 12 februari 1997

VROUW GERED NA INSLIKKEN TONG

VROUW GERED NA INSLIKKEN TONG

Kordaat optreden van medewerkers in zwemparadijs "Calluna" op Texel heeft woensdagmiddag 12 februari 1997 het leven gered van een badgaste uit Capelle aan de IJssel. De vrouw had haar tong ingeslikt.

Het incident vond plaats toen ze na een aanval van benauwdheid een inhaleringsapparaat in haar mond bracht. Daarbij slikte ze haar tong in en verkrampten haar kaken. Nadat de vrouw volgens voorschrift in buikligging was gelegd, lukte het badmeester Albert Middelbos, zie nr.8.11., haar kaken van elkaar te krijgen.

Toen de tong los kwam, kreeg de inmiddels blauw aangelopen vrouw weer lucht. Ze kwam weer bij toen medewerkers van de ambulance, die na vier minuten ter plaatse was, haar zuurstof toedienden.

Ter observatie werd de vrouw naar het ziekenhuis overgebracht. Het gaat weer goed met haar. Ze kon zich echter niets van het voorval herinneren, zelfs niet dat ze in het zwembad was geweest.

De vrouw belde later met Albert Middelbos om hem te bedanken voor zijn kordate optreden.

Haar man, lid van een brandweercorps, was ook aanwezig in het zwembad, maar kon door de emotie en de levensbedreigende panieksituatie niets uitrichten.