Zoeken in deze blog

dinsdag 3 augustus 2004

Boek over historie huizen

Boek over historie huizen en bewoners
Armoede dwong Hoornders illegaal hun huis te slopen

Wie het dorp nu ziet liggen, midden tussen de akkers en weilanden, kilometers van zee, kan het zich moeilijk meer voorstellen, maar eeuwenlang hebben de inwoners van Den Hoorn hun brood op het water verdiend. In 1742 telde het welvarende dorp maar liefst 908 mannen, vrouwen en kinderen. Onder hen waren 4 commandeurs op Groenland, 15 grootschippers, 12 kaagschippers en 8 knechten, 59 loodsen en 62 zeelui. Andere beroepsgroepen waren veel minder vertegenwoordigd. Dat gold ook voor de boeren, van wie het dorp er 27 telde.

Deze gegevens staan in het boek Huizen en bewoners van historisch Den Hoorn Texel van Anneke Dijk-Bakker en Maarten 't Hart, dat tijdens het in ere herstelde Hoornder Feest in september zal worden gepresenteerd en waarop geïnteresseerden nu al kunnen intekenen. Het boek bestaat vooral uit een beschrijving van de geschiedenis van het oude gedeelte: Diek, De Naal, Kerkstraat, Herenstraat en Klif. Alle bestaande huizen staan erin, van Herenstraat 1 - en zijn oudste bekendste bewoners (van 1710 tot 1741) kaagschipper Jan Huibertsz Schelvis en zijn vrouw Bregje Ariensdr Lap - tot aan Klif 45, in 1959 gebouwd door hotelier Joop Kikkert en tussen 1961 en 1967 bewoond door Gerrit Coevert. Hoewel de schrijvers ervoor hebben gekozen geen volledige lijst van de bewoners door de jaren heen op te nemen (de huidige bewoners staan in alle gevallen wél genoemd), is dit gedeelte interessant. Zeker omdat het veel méér is dan een droge opsomming en allerlei aardige wetenswaardigheden zijn toegevoegd, waardoor het verleden gaat leven. Zo valt over Herenstraat 1 te lezen dat er in de eerste helft van de vorige eeuw een winkeltje was gevestigd van de weduwe Baafje Bruin-Kalf, wier man en twee kinderen kort na elkaar aan de 'vliegende tering' overleden. Later werd het voortgezet door Jane Duinker-Wilner. 'Er stond een grote koffiemolen met een draaislinger. Als je groene zeep kocht, werd dat verpakt in een stuk grauw papier. Zij verkocht van alles, bijvoorbeeld petroleum, klompen en touw, totdat ook deze nering halverwege de jaren vijftig stopte. Kinderen kochten bij haar twintig salmiakjes voor één cent. Het was de grootste winkel van Den Hoorn in die tijd en toch nog klein in onze ogen.'

Historische context
Minstens zo boeiend is de historische context waarin de schrijvers hun gegevens in de inleiding hebben geplaatst. Ze merken op dat, net als elders, ook in Den Hoorn veel oude gebouwen verloren zijn gegaan. Een belangrijke oorzaak van deze achteruitgang was het vroegere belastingstelsel. Als bij armoede de belasting op een huis niet meer kon worden opgebracht, trok men vaak met meer gezinnen in één huis. Omdat ook belasting moest worden betaald voor leegstaande huizen, werden deze nogal eens gesloopt. 'Door de afbraak te verkopen kon men nog wat geld vangen. Dit werd weliswaar verboden, maar het gebeurde toch. Zo snel mogelijk werd een huis met de grond gelijk gemaakt en het terrein voor iets anders gebruikt, bijvoorbeeld een moestuin. Hierdoor zag men bij oppervlakkige controle niet dat er een huis had gestaan.'
De loodsen vormden jarenlang de belangrijkste beroepsgroep in Den Hoorn. 'Buitengaats gingen zij aan boord van de komende schepen en brachten deze via het Landsdiep, Spanjaardsgat of de Slenk naar de Koopvaardersrede onder de oostwal van Texel. (...) Loodsen voeren in de 17e eeuw tot diep in het Kanaal om rijk beladen Oost-Indiëvaarders op te halen en te begeleiden. Logisch als je bedenkt dat de verdienste bij deze schepen hoog was: ca. f 300,-, de waarde van een gemiddeld huis in die tijd.' Toch waren lang niet alle loodsen rijk. 'Als een kapitein als toegift hun knapzak vulde met scheepsbeschuit, kwam dat zeer gelegen. Vaak waren zij genoodzaakt ter haringvangst te gaan.' Van elke gulden die een loods verdiende, werd een stuiver in de bosse (bus) gestort. Weduwen van omgekomen loodsen en loodsen die door ouderdom niet meer in staat waren hun werk te verrichten, konden een beroep doen op dit fonds.

Franse tijd
In de Franse tijd (1795-1813) kreeg het loodswezen een flinke klap. De Franse overheersers voerden het Continentaal stelsel in, wat inhield dat er geen schepen op aartsvijand Engeland meer mochten varen. Omdat de Engelsen omgekeerd elk schip dat uit Europa kwam in beslag namen, was er jarenlang weinig of geen handel en scheepvaart. En juist toen Nederland aan het opkrabbelen was, kregen de Hoornder loodsen een tweede klap in de vorm van het Noord-Hollands Kanaal, dat in 1824 gereed kwam en tot gevolg had dat schepen niet langer meer op de rede van Texel hoefden te liggen. 'In 1826 woonden hier nog 74 loodsen, in 1828 waren hiervan al 34 vertrokken naar Den Helder. In de periode 1853-1856 werden de particuliere loodsdiensten opgeheven. Daardoor verviel de standplaats aan Den Hoorn. Verschillende nog overgebleven loodsen verhuisden naar Den Helder en anderen werden visser of boer.' De gevolgen voor de omvang en de welvaart waren enorm. Telde het dorp in 1742 nog 247 huizen en 908 inwoners, honderd jaar later, in 1844, waren die aantallen gezakt naar 101 huizen en 572 inwoners.

Aanzet
De aanzet tot het boek werd in 2001 gegeven, toen de commissie Historisch Erfgoed Den Hoorn werd opgericht, met het doel een fiets en wandelroute door het oude gedeelte van het dorp te realiseren. In dat jaar werden onder voorzitterschap van Piet Schneider diverse bijeenkomsten gehouden om de geschiedenis van de huizen in dit gedeelte voor zover bekend te controleren en aan te vullen. Daarbij werd dankbaar gebruik gemaakt van gegevens uit Kroniek van Den Hoorn van Anneke Paagman-Bakker (1991) en het Boerderijenboek (1998) van Cor Reij, Cees Hoogerheide en Karel van Empel. Voor de route, die op Koninginnedag vorig jaar in gebruik werd genomen, werd onder leiding van commissielid Maarten 't Hart een foldertje gemaakt, dat op drie punten in het dorp uit een bakje kan worden gehaald. Daarnaast staat een zeer beknopte samenvatting van de historie in enkele regels op de bordjes die, voor de route op 46 historische panden zijn bevestigd. Toen het besef sterker werd dat het wel erg zonde was om de vele gegevens die boven tafel waren gekomen en waarvoor geen plaats was in de folder en op de bordjes niet te gebruiken, ontstond het idee om een boek uit te geven.
Schrijvers Maarten 't Hart en Anneke Dijk-Bakker (voorheen Paagman-Bakker) kregen daarbij de hulp van de 90-jarige Klaas Lap, die alle gegevens nog eens bekeek, en Annie Bakker, die specifiek de tekst van haar eigen straat, Diek, controleerde. Tenslotte werd gebruik gemaakt van het Kadastrale Minuutplan van Den Hoorn van 1828, dat 't Hart in het Rijksarchief in Haarlem vond en dat een volledig overzicht geeft van de panden en hun eigenaren in het betreffende jaar.

Auteurs
De twee auteurs hebben uiteenlopende geschiedenissen. Maarten 't Hart bracht het langste deel van zijn leven door in Aalsmeer. Hij was werkzaam in het onderwijs en werkte jarenlang als redacteur voor het tijdschrift van het Proefstation voor de Bloemisterij, in welke functie hij vooral artikelen van wetenschappers geschikt maakte voor publicatie. Sinds hij vier jaar geleden met pensioen ging, woont hij in Den Hoorn, waar hij direct actief werd in het maatschappelijk leven. Zo zat hij niet alleen in de commissie Historisch Erfgoed, maar maakte hij ook deel uit van de werkgroep die het toekomstplan van Den Hoorn voor 2020 schreef. Hij biljart bij de Oude Mannen en schrijft geregeld historische bijdragen voor dorpsblad De Hoornder, waarbij hij zich baseert op stukken die hij onder meer uit het gemeentearchief haalt.
Medeauteur Anneke Dijk-Bakker is geboren en getogen op Diek, in het huis waar nu Annie Bakker woont. Haar liefde voor de geschiedenis leidde tot het schrijven van onder meer de Kroniek van Eierland (1985) en de Kroniek van Den Hoorn (1990).

Huizen en bewoners van historisch Den Hoorn wordt gedrukt op formaat 16 x 22 cm, ca. 144 pag. De intekenprijs is gesteld op EUR 18,50 (na verschijnen 22,50). Het boek wordt gepresenteerd in De Waldhoorn tijdens de Hoornder Feestdagen op 11 en 12 september. Vormgeving Grabowski, uitgave Nautaboek, druk Langeveld en de Rooy.

Joop Rommets