Zoeken in deze blog

donderdag 26 juni 2008

Oranje zeepaardje in netten TX35

Oranje zeepaardje in netten TX35
Donderdag 26 juni 2008
Na de oranje lepelaar is nu ook een zeepaardje met een bijzondere kleur gesignaleerd. Het dier - ‘met een oranje zweem’ - zat gisteren in de netten van De Zeester van Johan Hutjes. Hij ving het in de Texelstroom, ter hoogte van ’t Horntje. Meestal zijn zeepaardjes geelbruin van kleur.

Arthur Oosterbaan van Ecomare stelde vast dat het een vrouwelijk kortsnuitzeepaardje was. Het dier was volgroeid, circa 10 centimeter lang. Kortsnuitzeepaardjes (Hippocampus hippocampus) zijn zeldzaam in de Waddenzee. De laatste jaren nemen de meldingen toe. Mogelijk breidt deze soort haar areaal uit doordat de zee warmer is geworden. Hutjes heeft het dier weer uitgezet in de Waddenzee.

Bron: www.texelsecourant.nl gepubliceerd op Donderdag 26 juni 2008.

vrijdag 20 juni 2008

Eerste keer diploma zwemmen Molenkoog

Eerste keer diploma zwemmen Molenkoog

Vrijdag 20 juni werd onder redelijk frisse weersomstandigheden voor de eerste keer dit jaar afgezwommen in zwembad Molenkoog.
Bij een prettige watertemperatuur van 24,5 graden voldeed uiteindelijk iedereen aan de eisen en konden alle diploma's worden uitgedeeld door de examinatoren Henk Keyser en Remko Spelde.
Voor het zwemdiploma A zwommen 21 leerlingen af, voor het zwemdiploma B slaagden 31 kinderen en voor het C-diploma zwommen behaalden 51 kinderen hun felbegeerde laatste diploma van de ABC-serie.
Naast de kinderen die bij de particuliere zwemles afzwommen, was er ook een grote groep kinderen die via het schoolzwemlessen konden afzwemmen.
Bij het C-diploma waren het niet minder dan 46 leerlingen die op deze wijze hun diploma mee naar huis mochten nemen!
Het afzwemmen voor de diverse diploma's vormde de afsluiting van de eerste lesperiode van dit seizoen. Maandag 30 juni begint de tweede lesperiode die eindigt met wederom een afzwemsessie op vrijdag 8 augustus.
In de week van 23 juni tot en met 28 juni zijn er geen zwemlessen in verband met de Zwemvierdaagse.
Diploma zwemmen C diploma op 20 juni 2008:
18/ Joyce Middelbos

donderdag 5 juni 2008

Texel en de zee: Oude en nieuwe dijken (deel V)

Texel en de zee: Oude en nieuwe dijken (deel V)

door Edo Kooiman
zaterdag 5 juli 2008

De al eerder beschreven zanddijk waarmee
de polder Waal en Burg werd afgesloten lag
op dezelfde plaats als nu de Ruigendijk.

Na voltooiing van de bedijking in 1506 be-
zweek de zanddijk al weer in 1532 en
stroomde de gehele polder vol zeewater.

In 1612 werd de polder pas weer bedijkt
voor het enorme bedrag van f.130.000,-.
Achter de veel steviger plaggen- en zoden
dijken rond De Koog lagen sloten waar het
overschot aan water in stroomde.

Via duikers (afsluitbare afvoeren) werd dit
overschot aan neerslag en drangwater uit
de duinen afgevoerd naar open zee.

Achter de dijken lagen ook vrij brede wate-
ren, dat waren de zgn. “doorbraakwielen”.
Uit dicht geslibde prielen en kreken in de
kwelders en uit de schorren en land voor de
dijk was goede “schrale klei” te winnen.

Tussen de dijk en de sloot erachter werd
waarschijnlijk een smalle berm gehouden.

Dit omdat bij deze schrale gronden dijk- en
sloottalud niet in één vlak konden liggen, er
ontstond dan afschuiving van het dijktalud.
De slootgolfjes en afvoerstroom tastten de
oevers aan en veroorzaakten afkalving.

De hoogste winter-stormvloeden in die tijd
waren niet hoger dan 6 voet (1 Texelse voet
= 0,325 m) boven gewoon hoogwater.

De dijken lager echter bij de stormvloed
veroorzakende Wester- en Noordwester-
stormen in de luwte (Wind waait van dijk af).
Veel golfaanval was er dus niet. Het gebied
dat bedijkt werd lag ca. 1 ½ voet boven vol-
zee, de dijken waren derhalve 8 voet hoog.

De aaleg van de dijken was zwaar werk,
alles gebeurde uiteraard met mankracht.

De benodigde grond werd in tenen manden
aangevoerd. Bij de afgraving van de Schans
werden 10-tallen van die manden gevonden.

Texel en de zee: Oude en nieuwe dijken (deel V)

Texel en de zee: Oude en nieuwe dijken (deel V)

door Edo Kooiman
zaterdag 5 juli 2008

De al eerder beschreven zanddijk waarmee
de polder Waal en Burg werd afgesloten lag
op dezelfde plaats als nu de Ruigendijk.

Na voltooiing van de bedijking in 1506 be-
zweek de zanddijk al weer in 1532 en
stroomde de gehele polder vol zeewater.

In 1612 werd de polder pas weer bedijkt
voor het enorme bedrag van f.130.000,-.
Achter de veel steviger plaggen- en zoden
dijken rond De Koog lagen sloten waar het
overschot aan water in stroomde.

Via duikers (afsluitbare afvoeren) werd dit
overschot aan neerslag en drangwater uit
de duinen afgevoerd naar open zee.

Achter de dijken lagen ook vrij brede wate-
ren, dat waren de zgn. “doorbraakwielen”.
Uit dicht geslibde prielen en kreken in de
kwelders en uit de schorren en land voor de
dijk was goede “schrale klei” te winnen.

Tussen de dijk en de sloot erachter werd
waarschijnlijk een smalle berm gehouden.

Dit omdat bij deze schrale gronden dijk- en
sloottalud niet in één vlak konden liggen, er
ontstond dan afschuiving van het dijktalud.
De slootgolfjes en afvoerstroom tastten de
oevers aan en veroorzaakten afkalving.

De hoogste winter-stormvloeden in die tijd
waren niet hoger dan 6 voet (1 Texelse voet
= 0,325 m) boven gewoon hoogwater.

De dijken lager echter bij de stormvloed
veroorzakende Wester- en Noordwester-
stormen in de luwte (Wind waait van dijk af).
Veel golfaanval was er dus niet. Het gebied
dat bedijkt werd lag ca. 1 ½ voet boven vol-
zee, de dijken waren derhalve 8 voet hoog.

De aaleg van de dijken was zwaar werk,
alles gebeurde uiteraard met mankracht.

De benodigde grond werd in tenen manden
aangevoerd. Bij de afgraving van de Schans
werden 10-tallen van die manden gevonden.